IJje Wijkstra schoot in 1929 vier veldwachters dood. Hij sneed ze vervolgens ook nog de keel door.
De vier waren op een koude januariochtend bij zijn huisje in Doezum verschenen om zijn vriendin Aaltje van der Tuin mee te nemen. Maar dat liet IJje niet gebeuren.
IJje Wijkstra werd nog dezelfde dag in de stad Groningen gearresteerd. ‘Ze hebben me getard’, waren zijn eerste woorden tegen de rechercheur die hem de handboeien. De Grote Markt in Stad zag een paar dagen later zwart van de mensen. Duizenden Groningers waren uitgelopen om de wagens met daarop de vier lijkkisten te bekijken. IJje Wijkstra werd in Groningen veroordeeld tot levenslang. Het gerechtshof in Leeuwarden maakte daar later 20 jaar van.
IJje Wijkstra zou echter nooit meer vrij komen. Hij stierf in de gevangenis.
