Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Je kent de uitdrukking vast wel; misschien gebruik je hem zelf ook. Maar wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat iemand ‘gewoon’ moet doen?
Sophie en Damiaan ontleden deze week misschien wel een van de meest Nederlandse woorden die er zijn. Want ‘gewoon’ kan iets geruststellends hebben, maar ook behoorlijk dwingend zijn. Wie bepaalt eigenlijk wat gewoon is, en wanneer verandert ‘gewoon’ in een norm waar je aan moet voldoen?
Van onze Nederlandse nuchterheid tot psychologie en filosofie: waarom verlangen we zo naar gewoonheid, terwijl we tegelijkertijd allemaal bijzonder willen zijn?
